Zoek binnen de gids:

Inspiratiegids geluid Deel 5: Planning => Planning III

Stadsbrede geluidsplanning

Waarom is stadsbrede geluidsplanning belangrijk? In een aantal grote steden wordt al incidenteel of gebiedsgewijs geëxperimenteerd met het integreren van geluidsbeleving in de planning. Er wordt dan vaak een onderverdeling gemaakt in drie kwaliteiten: rust, ruis en reuring, waarbij gestreefd wordt naar de juiste balans tussen die drie. De vraag die vaak niet gesteld wordt, is hoe de balans stadsbreed zou moeten zijn. Gelden voor verschillende gebieden in de stad verschillende balansen? Een uitgaansgebied vraagt om een andere verhouding tussen rust, ruis en reuring dan een stadspark of een buitenwijk. Kun je verschillende geluidsomgevingen over een groter gebied (beter) op elkaar afstemmen? Ofwel: niet elk gebied hoeft rust én reuring te verenigen.

Een stadsbrede geluidsplanning kan helpen om gewenste geluidskwaliteiten goed over de stad te verdelen.

Bestandsopname

Om geluidsbeleving stadsbreed te kunnen plannen zal er eerst een bestandsopname moeten plaatsvinden. Hoe is de situatie nu? Hoe klinkt een stad? En hoe breng je dat in kaart?
Wat betreft geluidsvolumes is er informatie in de vorm van de geluidsbelastingkaarten 1 die iedere grote stad om de 5 jaar verplicht is te maken in Europees verband. voorbeeld van planning Rotterdam
Geluidsbelastingkaart regio Rijnmond

Geluidsbelastingkaarten zeggen alleen weinig over de kwalitatieve aspecten van geluid, laat staan over geluidsbeleving. Hoe vinden de bewoners dat hun stad klinkt? Keulen klinkt anders dan Parijs of Tokio, maar is dat in kaart te brengen op een manier die zinvolle data oplevert voor planning? De noodzaak daartoe is er, maar er is nog veel ontwikkelruimte hoe dit te doen. Internationaal zijn er echter al wel stadsbrede inventarisaties van geluidskwaliteit aan te wijzen. Hieronder worden er twee kort besproken. Ze geven aanzetten om na te denken over hoe een dergelijke geluidsplanning kan worden opgezet. Opmerkelijk is dat ze beide gedaan zijn door kunstenaars/componisten.

1. Berlin Sonic Places - Peter Cusack

In de publicatie Berlin Sonic Places stelt Cusack dat een stad in zijn geheel niet kan worden gehoord, 2 in tegenstelling tot individuele plekken. Hij introduceert het begrip sonic place, een ook voor planners nuttig concept omdat het perceptie centraal stelt en uitgaat van het idee dat geluid direct verbonden is met een plek. Een sonic place biedt een voortdurend dynamisch samenspel tussen de fysieke ruimte, de geluiden, de mensen en andere levende wezens die de ruimte gebruiken, en natuurlijke elementen. Cusack beschrijft er voor Berlijn een aantal in detail waardoor we een goede indruk krijgen van de rijkdom en variatie van de geluidskwaliteiten in deze stad.

When moving around a city we pass through a continual succession of local soundscapes that merge, often unnoticed, from one to the next. Each is connected to a particular place or spot. These are the city's innumerable sonic places - the building blocks of the urban sound environment.

Cusack stelt dat een stad aantrekkelijker wordt naarmate er meer verschillende sonic places per km2 aanwezig zijn.



De belangrijkste lessen die uit dit voorbeeld getrokken kunnen worden:

Nauwkeurige beschrijvingen van sonic places zijn waardevol omdat die duidelijk maken hoe de interacties tussen geluiden, fysieke omgeving, gebruikers, etc. precies werken.

Van gedetailleerde beschrijvingen van bestaande situaties kunnen stedenbouwkundigen, architecten en ontwerpers leren hoe deze interacties te plannen en te bouwen.

2. Stadt hören - Andres Bosshard

Waar Cusack laat zien hoe een stad kwalitatief en vanuit de perceptie geïnventariseerd kan worden, gaat Andres Bosshard op een aantal punten verder in zijn boek Stadt hören in opdracht van de gemeente Zürich:

Hij geeft een aantal algemene, praktische handvatten 3 hoe geluidskwaliteit van stedelijke ruimte te herkennen en te benoemen.

Hij beschrijft hoe in korte tijd een goed overzicht te krijgen van de geluidskwaliteit van een stad door deze onder te verdelen in afzonderlijke klankruimtes.

Hij bespreekt hoe geluidsbronnen en individuele klankruimtes op elkaar reageren en hoe deze op elkaar afgestemd kunnen worden.

Hij laat zien hoe de individuele klankruimtes met elkaar in verband staan en communicerende systemen vormen.

Hij stelt een creatieve methode voor hoe een stad ruimtelijk auditief is te coderen om zo sneller verbanden te kunnen ontdekken. De tonaliteit van een plek (zie Deel 2: Geluidsbeleving (link naar Deel 2, Geluidsbeleving) wordt letterlijk genomen en gecodeerd waarbij de vorm van de ruimte wordt vergeleken met de mondholte en hoe deze zich vormt bij het uitspreken van een bepaalde klinker.

Schematische voorstelling van straatdoorsnedes met verschillende resonantie- en reflectie-eigenschappen. Toekenning van vokalen ‘I’, ‘U’, ‘O’, ‘A’ en ‘E’ aan doorsnedes met toenemende breedte. Beeld: Andres Bosshard

Hij stelt voor een Plan sonore (geluidsplan) te maken, parallel aan het Plan lumière (lichtplan) dat voor Zürich al bestaat.

Het boek is zeker nog geen concrete en praktische handleiding voor stadsbrede geluidsplanning maar biedt waardevolle aanzetten die kunnen helpen om een stedelijk geluidsplan op te zetten dat uitgaat van perceptie en meer kwaliteiten van geluid dan alleen volume.

Inspiratiegids geluid: Inhoudsopgave
Inspiratiegids geluid Deel 1: Over deze gids
Inspiratiegids geluid Deel 2: Geluidsontwerp en geluidsbeleving
Inspiratiegids geluid Deel 3: Bronnen van overlast
Inspiratiegids geluid Deel 4: Geluid en niet-akoestische factoren
Inspiratiegids geluid Deel 6: Ontwerpstrategieën
Inspiratiegids geluid Deel 7: Praktijkvoorbeelden
Inspiratiegids geluid Deel 8: Interviews
Inspiratiegids geluid Deel 9: Begrippenlijst
Inspiratiegids geluid Deel 10: Slot


Bron van deze tekst:
https://inspiratiegidsgeluid.nl/deel5-planning-3.html
U kunt ook deze QR scannen
Download als .pdf bestand